Goede websiteteksten beginnen bij wat jouw klant wil weten, niet bij wat jij wilt vertellen. Schrijf vanuit het probleem dat jij oplost, benoem concreet wat je doet en voor wie, en sluit af met een duidelijke volgende stap. Meer heb je niet nodig.
Begin bij je klant, niet bij jezelf
De meeste ondernemers beginnen hun websiteteksten met een verhaal over zichzelf: wanneer ze zijn begonnen, hoe gepassioneerd ze zijn, wat hun missie is. Begrijpelijk, maar het werkt zelden. Een bezoeker die voor het eerst op je site komt, denkt eerst aan zichzelf: kan deze ondernemer mij helpen?
Schrijf vanuit het probleem dat jij oplost. Een hovenier schrijft niet "wij zijn al twintig jaar actief in de regio". Beter is: "Je tuin ziet er niet meer uit en je weet niet waar te beginnen. Wij maken hem overzichtelijk, groen en onderhoudsvriendelijk." Dat raakt direct.
Stel jezelf voor elke alinea de vraag: wat heeft mijn klant hieraan? Als je het antwoord schuldig blijft, schrap je die alinea of schrijf je hem opnieuw. Die simpele toets werkt beter dan elk schrijfboek.
Wat zet je op welke pagina
Je hoeft niet op elke pagina alles te zeggen. Elke pagina heeft één taak.
Homepage: Laat in een paar zinnen zien wat je doet, voor wie, en wat iemand kan doen als hij meer wil weten. Geen uitgebreide introductie, geen bedrijfsgeschiedenis.
Over ons: Dit is de plek waar persoonlijkheid wél mag. Vertel wie je bent, waarom je dit werk doet en wat klanten aan jou hebben. Hou het menselijk, niet formeel.
Diensten of aanbod: Beschrijf wat je levert in gewone taal. Vermijd vaktermen die een klant niet kent. Zeg wat iemand erbij wint, niet alleen wat je doet. Een aparte pagina per dienst helpt bovendien om beter gevonden te worden in Google, omdat je dan gerichter kunt schrijven over één onderwerp.
Contact: Hou het kort. Zeg waarvoor iemand kan bellen of mailen en geef één duidelijke aanmoediging om die stap te zetten. Geen lange toelichting nodig.
"Elke pagina heeft één taak. Wie overal alles wil zeggen, zegt uiteindelijk niets."
De meest gemaakte fouten
Te veel jargon. Woorden die jij dagelijks gebruikt, zijn voor een klant soms onbekend. Schrijf alsof je het aan iemand uitlegt die niets van jouw vak weet. Kom je er niet omheen, leg het woord dan kort uit.
Geen duidelijke volgende stap. Elke pagina moet ergens naartoe leiden: een formulier invullen, bellen, een offerte aanvragen. Zonder die stap haakt een bezoeker af zonder actie. Kijk voor elke pagina na of er een knop of link staat die die stap uitnodigt.
Te lang, te veel. Bezoekers lezen niet, ze scannen. Korte alinea's, tussenkopjes en een paar accenten helpen mensen snel te snappen wat ze moeten weten. Lange lappen tekst slaan de meeste mensen gewoon over.
Schrijven voor iedereen. Een tekst die voor iedereen geschikt moet zijn, spreekt niemand aan. Kies een concreet type klant, denk aan die ene persoon, en schrijf voor hem of haar.
Samengevat
- Schrijf vanuit wat jouw klant wil weten, niet vanuit wat jij wilt vertellen.
- Elke pagina heeft één doel: geef bezoekers één duidelijke volgende stap.
- Vermijd jargon, schrijf korte alinea's en gebruik tussenkopjes.
- Kies één type klant en schrijf voor die persoon, niet voor iedereen.
Je tekst hoeft niet perfect te zijn
Een duidelijke, eerlijke tekst doet meer dan een gelikt verhaal dat nergens over gaat. Zet iets neer en vraag dan aan een klant of iemand uit je omgeving of hij begrijpt wat je doet. Dat antwoord vertelt je precies wat je moet aanpassen.
Kom je er echt niet uit, probeer het dan hardop. Leg aan iemand uit wat je doet alsof je elkaar net hebt ontmoet. Schrijf dat op. Dat is al een prima vertrekpunt.
Teksten groeien ook mee met je bedrijf. Pas je aanbod aan, dan pas je je teksten aan. Dat hoeft geen grote operatie te zijn: soms is het één zin vervangen die niet meer klopt.